Hoe en wanneer kan het meerjarenplan gewijzigd worden?

Het meerjarenplan is geen statisch document waaraan zes jaar lang niet meer mag worden getornd. Tijdens de periode waarop het meerjarenplan betrekking heeft, kunnen er zich immers ontwikkelingen voordoen waardoor nieuwe noden, kansen, uitdagingen en opportuniteiten zich voordoen. Soms wordt een meerjarenplan dus door de feiten achterhaald.

De gemeenteraad kan voor een groot stuk autonoom bepalen hoe wijzigingen kunnen aangebracht worden aan het meerjarenplan. Een algemene procedure rond wijzigingen in het meerjarenplan bestaat bijgevolg niet. Er zullen bijvoorbeeld gemeenten zijn die het schuiven van kredieten op actieniveau via een interne kredietaanpassing zullen laten verlopen – hoewel dat niet wettelijk verplicht is. Het overschrijden van een krediet op actieniveau kan dan ook weer aanleiding geven tot een budgetwijziging – hoewel dit ook niet verplicht is.

De vorm die de planningswijziging zal aannemen is afhankelijk van de invloed op de prioritaire beleidsdoelstellingen en het financieel evenwicht en van het niveau waarop autorisatie verleend wordt.

Binnen BBC onderscheiden we vier vormen van planningswijziging: 

  • Via een aanpassing van de ramingen
  • Via een interne kredietaanpassing (beheersrapport)
  • Via een budgetwijziging (beleidsrapport)
  • Via een aanpassing van het meerjarenplan (beleidsrapport) 

De lichtste procedure van planningswijziging is de aanpassing van ramingen (lees: inkomsten). Het betreft enkel wijzigingen die geen invloed hebben op een rubriek van de financiële nota van het budget (de kredieten blijven hierbij ongewijzigd). Aanpassingen van de ramingen op het niveau van een beleidsitem of de algemene rekening kunnen op ambtelijk niveau geregeld worden.

De interne kredietaanpassing is de lichtere variant van een kredietverschuiving en kan toegepast worden in een aantal minder ingrijpende gevallen, bijvoorbeeld bij het schuiven van kredieten tussen de beleidsvelden in een beleidsdomein. Hiervoor zijn interne afspraken nodig. Op zijn minst zal een diensthoofd of iemand anders zijn goedkeuring moeten geven.
De formele goedkeuring van een intern kredietaanpassing behoort tot de bevoegdheden van het college van burgermeester en schepenen. Doordat de kredietcontrole gebeurt op niveau van de beleidsdomeinen, zal er minder vaak een beslissing van de gemeenteraad nodig zijn. Een interne kredietaanpassing dient gemotiveerd te worden met een verklarende en financiële nota.

Indien een kredietverschuiving niet door middel van een interne krediet­aanpassing doorgevoerd kan worden, moet dit via een budgetwijziging. Dit is onder meer het geval wanneer het budget niet meer in het meerjarenplan zou passen of bij het schuiven met kredieten tussen beleidsdomeinen. Ook het meerjarenplan moet dan aangepast worden. Dat kan in principe telkens als de raad samenkomt. Een budgetwijziging is een beleidsrapport, dat verplicht moet worden goedgekeurd door de raad. 

Het meerjarenplan wordt minstens 1 keer per jaar aangepast, namelijk als de jaarrekening goedgekeurd is en vóór de beraadslaging over het budget. Heel extreem kan het meerjarenplan elke gemeenteraad aangepast worden.